ECLI:NL:RBZWB:2023:1486
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Naheffingsaanslag dividendbelasting terecht opgelegd aan in VS gevestigde trust
Belanghebbende is een in de Verenigde Staten gevestigde trust met de status van vrijgesteld pensioenfonds volgens de Amerikaanse Internal Revenue Code. In 2015 kocht zij via een inter-dealer broker en een sub-custodian 3.000.000 aandelen in een Nederlandse NV. Hoewel de broker aangaf dat de levering op 10 augustus 2015 plaatsvond, bleek uit de custodian-overzichten dat de feitelijke levering pas op 11 augustus 2015 plaatsvond, één dag na de record date voor dividendbetaling.
De inspecteur legde daarom een naheffingsaanslag dividendbelasting op aan belanghebbende, omdat zij niet als opbrengstgerechtigde kon worden aangemerkt. Belanghebbende voerde aan dat zij wel degelijk gerechtigd was tot het dividend en dat niet alle relevante stukken waren overgelegd, maar de rechtbank oordeelde dat de inspecteur alle op de zaak betrekking hebbende stukken had ingediend en dat de informatie van de custodian zwaarder woog dan die van de broker.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en handhaafde de naheffingsaanslag en de belastingrentebeschikking. Belanghebbende kreeg geen teruggaaf van het griffierecht en geen vergoeding van proceskosten. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch.
Uitkomst: De naheffingsaanslag dividendbelasting en belastingrentebeschikking zijn terecht opgelegd en blijven in stand.