ECLI:NL:RBZWB:2023:1661
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring bezwaar tegen DNA-afname en verwerking na veroordeling mishandeling en bedreiging
De veroordeelde heeft bezwaar gemaakt tegen het bepalen en verwerken van zijn DNA-profiel na een veroordeling voor mishandeling, bedreiging, vernieling en wederspannigheid. Hij stelde dat het DNA-onderzoek gezien de bijzondere omstandigheden waaronder het misdrijf is gepleegd en zijn persoonlijke situatie niet van betekenis zou zijn voor opsporing en vervolging, en dat het inbreuk maakt op zijn privacy volgens artikel 8 EVRM Pro.
De rechtbank heeft het bezwaar inhoudelijk beoordeeld en vastgesteld dat het misdrijf voldoet aan de wettelijke vereisten voor DNA-afname. De persoonlijke omstandigheden van de veroordeelde, waaronder zijn jonge leeftijd, psychische problematiek ten tijde van het misdrijf en het ontbreken van recidive na de veroordeling, zijn onvoldoende om een uitzondering op de Wet DNA te rechtvaardigen.
De rechtbank overwoog verder dat de Wet DNA een proportionele en noodzakelijke inmenging in het privéleven vormt, met voldoende waarborgen tegen misbruik en een beperkte bewaartermijn van DNA-profielen. Gelet op jurisprudentie van het EHRM is de plicht tot DNA-afname bij veroordelingen voor ernstige strafbare feiten gerechtvaardigd.
Daarom verklaart de rechtbank het bezwaar ongegrond. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de afname en verwerking van het DNA-profiel wordt ongegrond verklaard.