ECLI:NL:RBZWB:2023:1725
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing ontnemingsvordering wegens gebrek aan bewijs wederrechtelijk verkregen voordeel bij gewoontewitwassen
Betrokkene is veroordeeld voor gewoontewitwassen. De officier van justitie vorderde ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel van €88.350. De rechtbank beoordeelde de vordering op grond van artikel 36e Wetboek van Strafrecht.
De rechtbank oordeelt dat het enkel feit dat een geldbedrag onderdeel is van het bewezenverklaarde witwasmisdrijf niet automatisch betekent dat dit bedrag wederrechtelijk verkregen voordeel is. Witwassen zelf leidt niet tot vermogensvermeerdering tenzij er sprake is van een beloning of positief rendement, wat in deze zaak niet is aangetoond.
Daarnaast is op basis van artikel 36e lid 3 Sr gekeken of uitgaven van betrokkene niet met legale inkomsten verklaard kunnen worden. Hoewel er aanwijzingen zijn, ontbreekt een kasopstelling waardoor niet kan worden vastgesteld of sprake is van wederrechtelijk verkregen voordeel.
Daarom wijst de rechtbank de ontnemingsvordering af. De verdediging had primair afwijzing gevorderd en subsidiair matiging van het bedrag, maar dit werd niet gehonoreerd.
Uitkomst: De rechtbank wijst de ontnemingsvordering af wegens onvoldoende bewijs van wederrechtelijk verkregen voordeel.