ECLI:NL:RBZWB:2023:1750
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tot afsluiting toegangspad wegens overlast
Verzoeker heeft het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Breda verzocht om handhavend op te treden tegen het gebruik van een toegangspad nabij zijn woning, vanwege overtredingen van de Algemene plaatselijke verordening. Het college wees het verzoek en een samenhangend verzoek om schadevergoeding af. Na bezwaar en een eerdere afwijzing van een voorlopige voorziening wegens gebrek aan spoedeisend belang, stelde verzoeker opnieuw beroep in en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter beoordeelde dat een voorlopige voorziening alleen kan worden getroffen bij onverwijlde spoed en onomkeerbaarheid van gevolgen. Verzoeker stelde dat de overlast en hinder door fietsers en scooters dringend moesten worden beëindigd en dat de waarde van zijn woning aanzienlijk werd verminderd. De rechter vond het opleggen van een afsluiting van het pad als voorlopige voorziening een te vergaande maatregel die niet past bij de procedure.
Daarnaast is een financieel belang, zoals waardevermindering van een woning, op zichzelf geen reden voor een voorlopige voorziening. Verzoeker maakte ook niet aannemelijk dat hij in een financiële noodsituatie verkeert. Het schorsen van het besluit zou bovendien niet leiden tot het gewenste onderzoek. Daarom concludeerde de voorzieningenrechter dat het spoedeisend belang ontbreekt en wees het verzoek af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tot afsluiting van het toegangspad wordt afgewezen wegens onvoldoende spoedeisend belang.