Belanghebbende, een eenmanszaak in keramiekproductie en -verkoop, kreeg een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd over 2015 tot en met het derde kwartaal 2018, inclusief een vergrijpboete en belastingrente. De inspecteur stelde correcties vast vanwege privé-uitgaven, onjuiste facturen en ontbrekende kasadministratie. Na een boekenonderzoek en derdenonderzoek bleek dat belanghebbende facturen fabriceerde en geen deugdelijke administratie voerde.
De rechtbank oordeelt dat de naheffingsaanslag te hoog was vastgesteld en vermindert deze naar € 19.679. De vergrijpboete van 50% wegens (voorwaardelijke) opzet wordt bevestigd, maar gematigd met 15% vanwege overschrijding van de redelijke termijn van behandeling, waardoor de boete € 8.363 bedraagt. De rechtbank stelt vast dat de inspecteur voldoende bewijs leverde voor opzet en dat belanghebbende bewust de aanmerkelijke kans op te weinig belasting heeft aanvaard.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank de inspecteur tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten aan belanghebbende, berekend conform het Besluit proceskosten bestuursrecht. De uitspraak is gedaan op 20 maart 2023 en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.