ECLI:NL:RBZWB:2023:1894
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenvergoeding na intrekking bezwaar tegen UWV-besluit WW-uitkering
Verzoeker ontving een WW-uitkering op grond van de Werkloosheidswet wegens betalingsonmacht van zijn werkgever. Hij maakte bezwaar tegen de berekening van deze uitkering, maar het UWV verklaarde dit bezwaar ongegrond. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit.
Later trok het UWV het bestreden besluit in en besloot de uitkering over een langere periode te berekenen, met een nabetaling aan verzoeker. Naar aanleiding hiervan trok verzoeker zijn beroep in en verzocht de rechtbank het UWV te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank oordeelde dat het UWV aan het beroep tegemoet was gekomen en wees het verzoek tot proceskostenvergoeding toe. De kosten werden vastgesteld op € 837,- voor de beroepsmatige rechtsbijstand. Daarnaast wees de rechtbank erop dat het UWV ook het griffierecht van € 49,- moet vergoeden.
De uitspraak werd gedaan zonder zitting en is op 21 maart 2023 in het openbaar uitgesproken door rechter A.G.J.M. de Weert.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van € 837,- proceskosten aan verzoeker.