Op 26 januari 2022 stak verdachte meerdere malen met een mes in de rug van slachtoffer, wat leidde tot ernstige verwondingen zoals een klaplong en gebroken rib. De rechtbank achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte voorwaardelijk opzet had op de dood van slachtoffer.
De feiten speelden zich af in de woning van de moeder van verdachte, waar slachtoffer zich handtastelijk gedroeg tegenover een jonger familielid, slachtoffer 3. Verdachte handelde uit instinct om haar zusje te beschermen tegen de mishandeling door slachtoffer. Hoewel het gekozen middel (het mes) en de wijze van verdediging buiten proportie waren, oordeelde de rechtbank dat sprake was van een hevige gemoedsbeweging veroorzaakt door de wederrechtelijke aanranding, waardoor noodweerexces van toepassing is.
De rechtbank sprak verdachte vrij van straf en ontsloeg haar van alle rechtsvervolging. De benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard in de schadevordering. Het gebruikte mes werd onttrokken aan het verkeer. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de rechtbank Zeeland-West-Brabant op 23 maart 2023.