Eiser had bezwaar gemaakt tegen een UWV-besluit waarin zijn WIA-uitkering ongewijzigd werd voortgezet. Na het bezwaar nam het UWV een nieuw besluit waarin de uitkering werd toegekend als volledig en duurzaam arbeidsongeschikt, met een IVA-uitkering per 2 april 2020. Eiser verzocht vergoeding van kosten voor een deskundigenonderzoek en hogere proceskosten wegens complexiteit van de zaak, alsmede immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.
De rechtbank oordeelde dat het beroep tegen het eerste besluit niet-ontvankelijk is omdat het tweede besluit het eerste vervangt. Ook het beroep tegen het tweede besluit is niet-ontvankelijk omdat het UWV volledig aan het bezwaar tegemoet is gekomen. De rechtbank veroordeelde het UWV tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten van € 837,00 voor rechtsbijstand, met een wegingsfactor van 1,0. De hogere wegingsfactor van 1,5 werd niet toegewezen vanwege onvoldoende complexiteit.
Daarnaast werd de vergoeding van de deskundigenkosten van € 3.623,95 toegekend, aangezien het bedrag redelijk werd geacht ondanks het ontbreken van een urenspecificatie. Het verzoek om immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn werd afgewezen omdat de termijn van twee jaar niet was overschreden. De uitspraak werd gedaan door rechter V.M. Schotanus op 23 maart 2023.