ECLI:NL:RBZWB:2023:22
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering Ziektewetuitkering wegens geschiktheid eigen arbeid na WIA-beoordeling
Eiseres, werkzaam als schoonmaker/afwasser, viel uit wegens rugklachten en ontving vanaf december 2017 een Ziektewetuitkering. Na afloop van de wachttijd voor de WIA op 3 december 2019 werd zij 0% arbeidsongeschikt geacht, omdat zij volgens UWV geschikt was voor andere functies met een hoger verdienvermogen. De aanvraag voor een WIA-uitkering werd afgewezen en het bezwaar ongegrond verklaard. Het hoger beroep loopt nog.
Per 27 september 2021 meldde eiseres zich ziek tijdens haar WW-uitkering, waarna UWV de Ziektewetuitkering weigerde. De rechtbank beoordeelde of eiseres inderdaad geschikt was voor haar arbeid. UWV baseerde het besluit op medische rapporten van verzekeringsartsen die stelden dat de beperkingen van eiseres juist waren vastgesteld en dat er geen wezenlijke verslechtering was sinds de WIA-beoordeling.
Eiseres voerde aan dat haar klachten waren toegenomen en dat zij niet tot arbeid in staat was. De rechtbank vond echter dat zij dit onvoldoende had onderbouwd met medische informatie. De rechtbank concludeerde dat eiseres geschikt was voor de geduide functies en dat de weigering van de Ziektewetuitkering terecht was. Het beroep werd ongegrond verklaard, zonder toekenning van proceskostenvergoeding of griffierecht.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de weigering van UWV om per 27 september 2021 een Ziektewetuitkering toe te kennen.