Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 april 2023 in de zaak tussen
[belanghebbende] , gevestigd te [plaats] , belanghebbende,
de inspecteur van de belastingdienst,
de Ministerie van Justitie en Veiligheid.
Inleiding
Feiten
Beoordeling door de rechtbank
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- verklaart zich onbevoegd om in deze procedure uitspraak te doen over de verzochte (invorderings- of belasting)rentevergoeding;
- veroordeelt de inspecteur tot vergoeding van immateriële schade van € 1.583;
- veroordeelt de minister tot vergoeding van immateriële schade van € 3.417;
- veroordeelt de inspecteur in de proceskosten van belanghebbende in beroep van € 418,50;
- veroordeelt de minister in de proceskosten van belanghebbende in beroep van € 418,50;
- gelast dat de inspecteur en de minister, ieder voor de helft, het door belanghebbende betaalde griffierecht van € 338 aan haar vergoedt;
- beslist dat, indien de immateriëleschadevergoeding, de proceskostenvergoeding en/of de vergoeding van griffierecht niet tijdig wordt vergoed, de wettelijke rente daarover is gaan lopen vier weken na de datum waarop deze uitspraak is gedaan.