Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen een naheffingsaanslag BPM van €3.275 voor een Volkswagen Amarok, waarbij de inspecteur stelde dat een verkeerde catalogusprijs was gebruikt. De rechtbank oordeelt dat de inspecteur terecht is uitgegaan van de nationale voertuigclassificatie en dat belanghebbende onvoldoende bewijs heeft geleverd voor een lagere BPM via leeftijdskorting of tussentijds tarief.
Verder is vastgesteld dat de hoorplicht en het verdedigingsbeginsel niet zijn geschonden, aangezien belanghebbende voorafgaand aan de naheffing gelegenheid tot reactie heeft gehad en haar gemachtigde is gehoord. De rechtbank wijst het beroep af, maar kent belanghebbende een immateriële schadevergoeding toe van €3.500 wegens een overschrijding van de redelijke termijn van circa 39 maanden.
De rechtbank veroordeelt de inspecteur en minister ieder voor de helft tot vergoeding van de immateriële schade, proceskosten en griffierecht. Tevens is een wettelijke rentevergoeding toegekend indien betalingen niet binnen vier weken na uitspraak plaatsvinden. Het vonnis is openbaar en kan binnen zes weken worden aangevochten bij het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch.