Eiseres vroeg bijstand en bijzondere bijstand aan bij het college van burgemeester en wethouders van Oosterhout. Het college wees deze aanvragen af vanwege onduidelijkheid over haar woon- en leefsituatie, mede vanwege de relatie met haar ex-partner. Eiseres maakte bezwaar, maar het college verklaarde deze ongegrond. De rechtbank oordeelt dat het college terecht heeft gehandeld, mede omdat het eerdere intrekkingsbesluit van de bijstand formele rechtskracht heeft gekregen en er geen wijziging in omstandigheden is aangetoond.
De rechtbank stelt dat het college voldoende onderzoek heeft verricht, waaronder hersteltermijnen, waarnemingen en een gesprek met eiseres. De eis dat eiseres een overzicht verstrekt van de overnachtingen van haar ex-partner is gegrond binnen de bewijslastverdeling. De stelling dat het college in strijd met de uitwijkjurisprudentie heeft gehandeld wordt verworpen.
Daarnaast oordeelt de rechtbank dat de redelijke termijn voor de bezwaar- en beroepsprocedure is overschreden met ongeveer twaalf maanden. Daarom kent de rechtbank een schadevergoeding toe van €1.000,-, waarvan €667,- voor het college en €333,- voor de Staat. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de schadevergoeding wordt toegewezen.