Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.1. [naam eiser 1] , te [plaatsnaam] ,
31.[naam eiser 31] , uit [plaatsnaam] ,
.Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het besluit van 7 december 2021 van het college van burgemeester en wethouders van Tilburg, waarin een omgevingsvergunning werd verleend voor de huisvesting van maximaal vier dak- en thuislozen in een woning en het verzoek tot handhaving werd afgewezen.
De rechtbank oordeelt dat het college ten onrechte geen afweging heeft gemaakt over de goede ruimtelijke ordening, met name het woon- en leefklimaat van omwonenden. Het college baseerde zich uitsluitend op het Kruimelgevallenbeleid, dat volgens de rechtbank niet limitatief is en waarbij het college geen kenbare toetsing aan de goede ruimtelijke ordening heeft verricht.
Hoewel het college stelde dat een beheerplan was opgesteld, is dit volgens de rechtbank onvoldoende om te concluderen dat de vergunning in overeenstemming is met de goede ruimtelijke ordening. De rechtbank vernietigt het besluit en beveelt het college een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak.
Daarnaast wordt een voorlopige voorziening getroffen waarbij de huidige situatie van huisvesting van twee personen wordt gecontinueerd en het pand niet mag worden gebruikt voor vier personen totdat een nieuw besluit is genomen. Het handhavingsverzoek is terecht afgewezen omdat er op dat moment een geldige vergunning was. Het college wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de omgevingsvergunning wegens het ontbreken van een belangenafweging over het woon- en leefklimaat en legt een voorlopige voorziening op.