ECLI:NL:RBZWB:2023:2285
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toekenning bijzondere bijstand voor noodzakelijke woninginrichting na onhoudbare woonsituatie
Eiser, die sinds 2014 een bijstandsuitkering ontvangt, vroeg bijzondere bijstand aan voor woninginrichting na een verhuizing. Het college wees dit af omdat de verhuizing niet noodzakelijk zou zijn en geen sprake was van psychosociale of medische noodzaak.
De rechtbank oordeelt dat het college ten onrechte heeft geoordeeld dat er geen zwaarwegende omstandigheden waren om de oude woonsituatie te verlaten. Eiser woonde jarenlang in een onhoudbare noodvoorziening zonder ventilatie en met gedeelde voorzieningen, wat onveilig en ongezond was.
Verder was de verhuizing niet geheel vrijwillig, omdat de eigenaar van het pand het café wilde sluiten. Het ontbreken van een urgentieverklaring doet hieraan niet af. Het college had het beroep op bijzondere bijstand niet mogen weigeren, omdat deze bijstand bedoeld is als laatste vangnet voor noodzakelijke kosten.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en herroept het primaire besluit. Het college wordt opgedragen de bijzondere bijstand toe te kennen conform de aanvraag. Tevens wordt het griffierecht en proceskosten aan eiser vergoed.
Uitkomst: De rechtbank wijst de bijzondere bijstand toe en vernietigt het besluit van het college.