Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van 11 april 2023 van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam eiseres] , te [plaatsnaam] , eiseres,
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Eiseres, werkzaam als productiemedewerkster fruit, viel uit wegens verergering van eczeem en bekkenklachten, met mentale klachten na de geboorte van haar dochter. Na zwangerschapsuitkering meldde zij zich ziek wegens aanhoudende klachten. Het UWV beëindigde haar Ziektewetuitkering per 4 oktober 2021 op grond van het oordeel dat zij geschikt is haar eigen werk te verrichten.
De verzekeringsarts en verzekeringsarts bezwaar en beroep van het UWV concludeerden dat de huidaandoening (acné), rugklachten en psychische klachten niet zodanig ernstig zijn dat zij arbeidsongeschikt is. De psychische klachten worden vooral veroorzaakt door eenzaamheid en thuissituatie, niet door medische beperkingen. Eiseres betwistte dit en stelde volledige arbeidsongeschiktheid wegens diverse klachten en zorg voor haar dochter zonder familiehulp.
De rechtbank oordeelt dat het UWV de beperkingen juist heeft vastgesteld en dat de medische rapporten voldoende gemotiveerd zijn. Niet-medische omstandigheden zoals de thuissituatie kunnen niet leiden tot arbeidsongeschiktheid. Het beroep wordt ongegrond verklaard, de uitkering is terecht beëindigd en er wordt geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de Ziektewetuitkering per 4 oktober 2021 terecht beëindigd.