ECLI:NL:RBZWB:2023:2602
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet gegrond wegens onduidelijkheid over besluitkarakter en termijnoverschrijding in belastingzaken
Belanghebbende heeft beroepschriften ingediend tegen aanslagen inkomstenbelasting, premie volksverzekeringen en inkomensafhankelijke bijdrage zorgverzekeringswet over de jaren 2016 en 2017. De rechtbank had deze beroepen zonder zitting niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn.
Belanghebbende stelde dat onduidelijkheid over het besluitkarakter van de brief van de inspecteur van 29 juli 2021, die meerdere beslissingen bevatte en onduidelijke aanhef had, samen met daaropvolgende beschikkingen, verwarring veroorzaakte over de aanvang van de beroepstermijn. Pas na een gesprek op 21 september 2021 werd duidelijk dat de brief de uitspraken op bezwaar betrof, waarna op 29 september 2021 beroep werd ingesteld.
De rechtbank overwoog dat het oordeel over verschoonbaarheid van termijnoverschrijding afhankelijk is van de omstandigheden. Gezien de onduidelijkheid kon niet zonder meer worden geconcludeerd dat de beroepen kennelijk niet-ontvankelijk waren. Daarom was het ten onrechte dat de eerdere uitspraak zonder zitting werd gedaan. Het verzet is gegrond verklaard, de eerdere uitspraak vervalt en de rechtbank zal de zaken opnieuw beoordelen, inclusief de ontvankelijkheid.
De inspecteur is veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende, vastgesteld op €837. Er is sprake van samenhangende zaken, waardoor één vergoeding is vastgesteld.
Uitkomst: Het verzet is gegrond verklaard en de eerdere niet-ontvankelijkverklaring vervalt, de zaak wordt opnieuw beoordeeld.