ECLI:NL:HR:2006:AZ3875
Hoge Raad
- Cassatie
- L. Monné
- C.J.J. van Maanen
- C. Schaap
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over verschoonbaarheid overschrijding beroepstermijn bij WAZ-premieaanslag
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1999 een aanslag in de premie ingevolge de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ), een verzuimboete en heffingsrente opgelegd. Na bezwaar vernietigde de Inspecteur deze aanslag, boete en rente. Vervolgens ontving belanghebbende een verminderingsbeschikking die de boete slechts gedeeltelijk verminderde.
Belanghebbende stelde beroep in bij het Hof tegen deze beschikking, maar het Hof verklaarde het beroep niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de beroepstermijn. De Hoge Raad oordeelt dat de overschrijding verschoonbaar is omdat de beschikking van 28 april 2004 onzekerheid schept over de uitspraak op bezwaar.
De Hoge Raad bevestigt dat de beschikking van 28 april 2004 geen voor beroep vatbaar besluit is volgens artikel 26 lid 1 AWR Pro. Ook oordeelt de Hoge Raad dat het Hof ten onrechte geen vergoeding van het griffierecht aan belanghebbende heeft toegekend, en gelast dat de Staat deze kosten vergoedt.
Verder vernietigt de Hoge Raad het arrest van het Hof alleen voor zover geen griffierechtvergoeding is gelast en verklaart het beroep in cassatie gegrond. Andere klachten worden verworpen. De Hoge Raad acht geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling in cassatie.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het hofarrest voor zover geen griffierechtvergoeding is gelast en gelast vergoeding van griffierechten aan belanghebbende.