Derde partij had een omgevingsvergunning aangevraagd voor het bouwen van zes recreatieve appartementen in een pand te Veere. Hoewel het college van burgemeester en wethouders voornemens was de vergunning te verlenen, was deze nog niet verleend toen illegale bouwactiviteiten werden geconstateerd. Het college legde daarop op 1 februari 2023 een bouwstop met last onder dwangsom op, maar hief deze bouwstop op 14 februari 2023 op vanwege aangeleverde aanvullende gegevens.
Verzoekers maakten bezwaar tegen het opheffen van de bouwstop en vroegen de voorzieningenrechter om schorsing van dit besluit. De voorzieningenrechter oordeelde dat de bouwactiviteiten vergunningplichtig zijn en dat het opheffen van de bouwstop zonder verleende vergunning niet gerechtvaardigd is, mede gelet op het belang van omwonenden bij het voorkomen van een onomkeerbare situatie.
De voorzieningenrechter verwees naar de wettelijke regeling die bepaalt dat een omgevingsvergunning pas in werking treedt na afloop van de bezwaarperiode en na beslissing op een verzoek om voorlopige voorziening. Daarom werd het bestreden besluit geschorst, waardoor de bouwstop weer van kracht is. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan verzoekers.