Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
7.De benadeelde partij
aantasting in de persoon op andere wijzein de zin van artikel 6:106 lid Pro 1, aanhef en onder b van het Burgerlijk Wetboek kan worden aangenomen. Dit betekent dat de immateriële schade voor vergoeding in aanmerking komt. Gelet op alle omstandigheden en de bedragen die in vergelijkbare gevallen zijn toegekend, acht rechtbank vergoeding van een bedrag van € 1.000,00 billijk.
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
een gevangenisstraf van 28 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar;
algemene voorwaardedat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
bijzondere voorwaarden:
€ 1.003,43, waarvan € 3,43 aan materiële schade en € 1.000,00 aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 10 november 2022 tot aan de dag der voldoening;
10 november 2022 tot aan de dag der voldoening;