ECLI:NL:RBZWB:2023:2775
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen aanslag inkomstenbelasting 2015
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over het jaar 2015, die is vastgesteld op €877.200. Er loopt een bezwaarprocedure tegen deze aanslag en verzoeker heeft uitstel van betaling gekregen voor het volledige bedrag.
De voorzieningenrechter beoordeelt dat het belang van verzoeker een zuiver financieel belang betreft. Om een voorlopige voorziening toe te kennen op financiële gronden moet verzoeker aannemelijk maken dat hij in een financiële noodsituatie komt of dat het uitblijven van een voorziening tot ernstig en onherstelbaar nadeel leidt. Dit is niet aannemelijk gemaakt, mede omdat uitstel van betaling is verleend.
Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek af. Er wordt geen inhoudelijke toetsing van de rechtmatigheid van de aanslag gedaan, omdat het spoedeisend belang ontbreekt. De uitspraak is gedaan zonder zitting en bindt de rechtbank niet in de bodemprocedure.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de aanslag inkomstenbelasting 2015 wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.