ECLI:NL:RBZWB:2023:2839

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
25 april 2023
Publicatiedatum
25 april 2023
Zaaknummer
AWB- 23_1620
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 7:10 AwbArt. 7:13 AwbArt. 6:12 AwbAlgemene termijnenwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen niet tijdig beslissen op bezwaar tegen gebiedsverbod niet-ontvankelijk verklaard

Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen een besluit van de burgemeester van Breda waarin een 12-uurs gebiedsverbod is opgelegd. Hij stelde dat de burgemeester niet tijdig op zijn bezwaar had beslist en stelde beroep in bij de rechtbank. De rechtbank beoordeelt of het beroep ontvankelijk is, waarbij het uitgangspunt is dat een ingebrekestelling moet worden gedaan nadat de beslistermijn is verstreken.

De beslistermijn in deze zaak was twaalf weken vanwege de betrokkenheid van een adviescommissie, met een uiterste beslisdatum van 6 maart 2023. Uit de overgelegde stukken blijkt dat eiser de ingebrekestelling heeft gedaan voordat deze termijn was verstreken, namelijk vóór 28 februari 2023 toen hij het beroep indiende.

De rechtbank oordeelt dat het beroep daarom kennelijk niet-ontvankelijk is en dat zij het beroep niet inhoudelijk kan beoordelen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 25 april 2023.

Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op het bezwaar is niet-ontvankelijk verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 23/1620

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 april 2023 in de zaak tussen

[naam eiser] , uit [plaatsnaam] , eiser

en

de burgemeester van de gemeente Breda.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep dat eiser heeft ingesteld omdat de burgemeester volgens hem niet op tijd heeft beslist op het bezwaar van 30 november 2022 tegen het besluit van 29 oktober 2022 tot het opleggen van een 12 uurs gebiedsverbod.
1.1.
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

2. Als een bestuursorgaan niet op tijd beslist op een aanvraag of bezwaarschrift, kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene per brief aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog beslist moet worden op zijn aanvraag of bezwaar (de zogenoemde ingebrekestelling).Als er na die twee weken nog steeds geen besluit is, dan kan de betrokkene beroep instellen. [1]
2.1.
Nu het beroep alleen gaat over de vraag of de burgemeester tijdig op het bezwaar van eiser heeft beslist, komt de rechtbank niet toe aan een inhoudelijke beoordeling over het opgelegde gebiedsverbod.
Is het beroep ontvankelijk en gegrond?
3. Als de betrokkene de ingebrekestelling te vroeg stuurt, is het beroep niet-ontvankelijk. Dit betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk kan beoordelen.
Eiser heeft het bezwaarschrift ingediend op 30 november 2022. De burgemeester moet binnen zes weken beslissen, gerekend vanaf het moment waarop de bezwaartermijn voorbij is. Omdat er een adviescommissie is, geldt in dit geval een termijn van twaalf weken. Dat staat in artikel 7:10 en Pro 7:13 van de Awb. Met inachtneming van de Algemene termijnenwet (op grond waarvan, onder meer, weekenddagen of een algemeen erkende feestdag deze termijn verlengen) had de burgemeester dus uiterlijk op 6 maart 2023 moeten beslissen.
Uit de door eiser overgelegde e-mailberichten blijkt niet op welke datum eiser de burgemeester in gebreke heeft gesteld. Deze ingebrekestelling heeft echter al wel plaatsgevonden voordat eiser op 28 februari 2023 beroep heeft ingesteld. Op dat moment was de beslistermijn nog niet verstreken.
3.1.
Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet kan beoordelen. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.J.M. de Weert, rechter, in aanwezigheid van D. Alblas, griffier, op 25 april 2023 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Dit staat (onder andere) in artikel 6:12 van Pro de Awb.