Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 april 2023 in de zaak tussen
[belanghebbende], uit [plaats], belanghebbende,
de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur,
de Staat der Nederlanden (de Minister van Justitie en Veiligheid), de minister.
Inleiding
Feiten
Beoordeling door de rechtbank
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart de beroepen ongegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar over de verzuimboete bij de naheffingsaanslag [naheffingsaanslag];
- vermindert de verzuimboete bij de naheffingsaanslag [naheffingsaanslag] tot € 1.937;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar over de verzuimboete bij de naheffingsaanslag [naheffingsaanslag];
- vermindert de verzuimboete bij de naheffingsaanslag [naheffingsaanslag] tot € 3.477;
- veroordeelt de inspecteur tot vergoeding van immateriële schade van € 1.818;
- veroordeelt de minister tot vergoeding van immateriële schade van € 182;
- veroordeelt de inspecteur in de proceskosten van belanghebbende in beroep van € 418,50;
- veroordeelt de minister in de proceskosten van belanghebbende in beroep van € 418,50;
- gelast dat de inspecteur de helft van door belanghebbende betaalde griffierechten aan hem vergoedt, zijnde een bedrag € 48,50;
- gelast dat de minister de helft van door belanghebbende betaalde griffierechten aan hem vergoedt, zijnde een bedrag € 48,50;
- beslist dat, indien de immateriëleschadevergoeding, de proceskostenvergoeding en/of de vergoeding van griffierecht niet tijdig wordt vergoed, de wettelijke rente daarover is gaan lopen vier weken na de datum waarop deze uitspraak is gedaan.