ECLI:NL:RBZWB:2023:2984
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraken bezwaar watersysteemheffing gebouwd en ongebouwd wegens onherroepelijke WOZ-waarde
Belanghebbende maakte bezwaar tegen aanslagen watersysteemheffing gebouwd en ongebouwd voor 2020 en 2021, alsmede tegen de ingezetenenheffing. Hij voerde onder meer aan dat het waterschap zijn zorgplicht verwaarloosde, wat schade veroorzaakte aan zijn eigendom. De heffingsambtenaar wees de bezwaren af. De rechtbank oordeelt dat de uitspraken op bezwaar tegen de aanslagen gebouwd en ongebouwd onrechtmatig zijn omdat de WOZ-waarde van de onroerende zaak nog niet onherroepelijk is vastgesteld. Hierdoor is de beslistermijn voor deze bezwaren nog niet aangevangen. De rechtbank vernietigt deze uitspraken op bezwaar en draagt de heffingsambtenaar op opnieuw te beslissen nadat de WOZ-waarde definitief is vastgesteld.
De rechtbank bevestigt dat belanghebbende terecht is aangeslagen voor de watersysteemheffing ingezetenen, omdat hij ingezetene is en geen toepasselijke vrijstelling geldt. De door belanghebbende aangevoerde schade en het niet voldoen aan de zorgplicht zijn niet relevant voor de belastingplicht. De aanslagen ingezetenen blijven daarom in stand en de beroepen hiertegen worden ongegrond verklaard.
De rechtbank gelast de heffingsambtenaar tot vergoeding van de betaalde griffierechten van belanghebbende en ziet geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter Boersma op 2 mei 2023 en openbaar gemaakt via Rechtspraak.nl.
Uitkomst: De uitspraken op bezwaar tegen de aanslagen watersysteemheffing gebouwd en ongebouwd worden vernietigd, de beroepen tegen de ingezetenenheffing worden ongegrond verklaard.