ECLI:NL:RBZWB:2023:2985
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde en afvalstoffenheffing voor onroerende zaak met paardenpension
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde de beroepen van belanghebbende tegen de WOZ-waarden en afvalstoffenheffingen opgelegd door de gemeente Veere voor de jaren 2020, 2021 en 2022. Belanghebbende betwistte de vastgestelde WOZ-waarden van respectievelijk €452.000, €489.000 en €502.000 en stelde dat de aanslagen afvalstoffenheffing onterecht waren opgelegd.
De heffingsambtenaar onderbouwde de waardering met taxatiekaarten en verwees naar verkoop van vergelijkingsobjecten, waarbij 25% van het weiland niet onder de cultuurgrondvrijstelling viel vanwege het gebruik voor paardenpension. De rechtbank oordeelde dat de heffingsambtenaar voldoende aannemelijk had gemaakt dat de WOZ-waarden niet te hoog waren vastgesteld, mede doordat de waarde van de bedrijfswoning en opstallen op nihil was gesteld.
Ten aanzien van de afvalstoffenheffing stelde de rechtbank vast dat belanghebbende eigenaar en gebruiker was van het perceel en dat de gemeente een inzamelingsplicht heeft, ongeacht of daadwerkelijk afval wordt aangeboden. De aanslagen afvalstoffenheffing voor 2020 en 2021 zijn derhalve terecht opgelegd.
De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond, waardoor de WOZ-waarden en aanslagen ongewijzigd blijven. Belanghebbende krijgt geen griffierecht of proceskostenvergoeding terug.
Uitkomst: De beroepen tegen de vastgestelde WOZ-waarden en afvalstoffenheffingen worden ongegrond verklaard en de aanslagen blijven in stand.