ECLI:NL:RBZWB:2019:3150
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Tussenuitspraak bestuurlijke lus
- Rechtspraak.nl
Toepassing bestuurlijke lus wegens schending hoorplicht en onvoldoende motivering WOZ-beschikking
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de WOZ-beschikking en de aanslagen onroerende-zaakbelastingen voor een onroerende zaak die is gewaardeerd op €513.000 per 1 januari 2016. De heffingsambtenaar handhaafde de waarde en aanslagen in de uitspraak op bezwaar. De rechtbank constateert dat belanghebbende niet is gehoord, ondanks herhaalde verzoeken daartoe, en dat de motivering van de uitspraak op bezwaar en het verweerschrift onvoldoende is, onder meer door het ontbreken van een taxatierapport en onvoldoende toelichting op gebruikte waarderingsmodellen.
De rechtbank oordeelt dat de hoorplicht is geschonden en dat de motivering onvoldoende is om tot een inhoudelijke beoordeling over te gaan. Omdat een schatting in goede justitie zonder voldoende feiten en motivering een slag in de lucht zou zijn, wordt de bestuurlijke lus toegepast. De heffingsambtenaar krijgt de opdracht belanghebbende alsnog te horen en de uitspraak op bezwaar nader te motiveren. De rechtbank houdt verdere beslissing aan en stelt de heffingsambtenaar in de gelegenheid binnen 12 weken te berichten over het resultaat.
De procedure kende een mediationtraject dat niet tot overeenstemming leidde. Beide partijen verschenen niet op de zitting. De rechtbank benadrukt dat een moeizame verhouding tussen partijen geen rechtvaardiging is voor het niet naleven van de hoorplicht en onvoldoende motiveren van besluiten. Tegen deze tussenuitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: De rechtbank past de bestuurlijke lus toe en draagt de heffingsambtenaar op belanghebbende alsnog te horen en de uitspraak op bezwaar nader te motiveren.