ECLI:NL:RBZWB:2023:2992
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking erkenning bedrijfsvoorraad wegens onvoldoende overtredingsvaststelling
Verzoekster, een bedrijf in handel en reparatie van auto's en autosloopmateriaal, kreeg van de RDW een sanctiebesluit tot intrekking van haar erkenning bedrijfsvoorraad voor twee weken, waarvan één week voorwaardelijk, wegens twee overtredingen binnen 24 maanden. De overtredingen betroffen het niet tijdig aanmelden van voertuigen in de bedrijfsvoorraad, wat volgens de RDW een overtreding is van artikel 27 van Pro het Kentekenreglement.
De voorzieningenrechter stelde vast dat voor één van de voertuigen de RDW onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat verzoekster een fout had gemaakt bij de melding. Voor het andere voertuig was de overtreding wel aannemelijk. Omdat het sanctiebesluit gebaseerd was op twee overtredingen, waarvan er slechts één vaststond, was het besluit onjuist gemotiveerd en kon het geen stand houden.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het besluit en droeg de RDW op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen. Tevens werd een voorlopige voorziening getroffen waardoor het primaire besluit werd geschorst tot zes weken na het nieuwe besluit. De RDW werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan verzoekster.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit tot intrekking erkenning bedrijfsvoorraad vernietigd en een voorlopige voorziening toegewezen.