ECLI:NL:RBZWB:2023:3073
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.P. Broeders
- E.J. Govaers
- S. Hindriks
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing intrekking omgevingsvergunning windturbines wegens schending Unierecht
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Noord-Beveland dat hun verzoek tot intrekking van de omgevingsvergunning voor de bouw van drie windturbines aan het adres [adres] 5 t/m 7 te [plaatsnaam 1] afwees. De vergunning was verleend in 2019 en onherroepelijk geworden na een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De kern van het geschil betreft de schending van het Unierecht, met name de SMB-richtlijn, zoals vastgesteld in het Nevele-arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie. Volgens eisers had het college een milieubeoordeling moeten uitvoeren en de vergunning moeten intrekken of aanpassen. Het college erkende dat de windturbinebepalingen niet in overeenstemming zijn met het Unierecht zolang geen milieubeoordeling is verricht, maar stelde dat intrekking niet noodzakelijk was.
De rechtbank oordeelt dat het college ten onrechte het verzoek tot intrekking te beperkt heeft opgevat en dat de schending van het Unierecht doorwerkt in de verleende vergunning. De rechtbank stelt dat het college het verzoek opnieuw moet beoordelen, de MER-beoordeling moet herzien en een nieuwe, deugdelijke motivering moet geven. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt het college op binnen 24 weken een nieuw besluit te nemen. Tevens veroordeelt de rechtbank het college tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eisers.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en het college opgedragen binnen 24 weken een nieuw besluit te nemen.