ECLI:NL:RVS:2020:2821
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- J. Hoekstra
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Bestemmingsplan Windpark Jacobahaven en omgevingsvergunning: toetsing aan milieuregels, geluid, slagschaduw en belangenafweging
De raad van de gemeente Noord-Beveland stelde op 24 oktober 2019 het bestemmingsplan Windpark Jacobahaven vast, gericht op de bouw van drie windturbines met een tiphoogte van 150 meter. De bestaande drie windturbines worden afgebroken en vervangen, waarbij twee turbines op dezelfde locatie blijven en één circa 25 meter verschuift. De vereniging Communicatie Platform de Banjaard en enkele anderen, eigenaren van recreatiewoningen nabij het plangebied, stelden beroep in tegen het bestemmingsplan en de omgevingsvergunning.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat twee appellanten geen belanghebbenden zijn omdat zij op meer dan 1.500 meter afstand wonen, en verklaarde hun beroep niet-ontvankelijk. De overige beroepsgronden betroffen onder meer de naleving van het Verdrag van Aarhus, het voorzorgsbeginsel, geluid- en slagschaduwhinder, stikstofdepositie, effecten op beschermde diersoorten, externe veiligheid, landschappelijke inpassing, recreatiebelangen, cumulatie van hinder, en financiële uitvoerbaarheid.
De Afdeling concludeerde dat het plan voldoet aan de wettelijke eisen en dat de raad zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan geen onaanvaardbare gevolgen heeft voor het verblijfsklimaat, natuur, veiligheid en landschap. Ook is voldoende rekening gehouden met inspraak en zienswijzen. De stellingen over schending van het eigendomsrecht en onvoldoende compensatie faalden, evenals de bezwaren tegen de vergunningvoorschriften. Een procedureel gebrek bij terinzagelegging van e-mails werd met toepassing van artikel 6:22 Awb Pro gepasseerd.
Het beroep werd voor zover ontvankelijk ongegrond verklaard, het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De Afdeling bevestigde daarmee de rechtmatigheid van het bestemmingsplan en de omgevingsvergunning voor Windpark Jacobahaven.
Uitkomst: Het beroep is deels niet-ontvankelijk en voor het overige ongegrond verklaard; het bestemmingsplan en de omgevingsvergunning worden in stand gelaten.