Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Procesverloop
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
2.Verzoek
3.Standpunten
4.Beoordeling
5.Beslissing
[betrokkene], geboren op [geboortedag] 1996 te [geboorteplaats] ;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 25 april 2023 uitspraak gedaan over het verzoek van de officier van justitie tot verlenging van een crisismaatregel op grond van artikel 7:7 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van betrokkene.
Tijdens de mondelinge behandeling, gehouden op het verblijfadres van betrokkene, werden betrokkene, haar advocaat, een verpleegkundige in opleiding, een psychiater van het ambulante team en haar ouders gehoord. De officier van justitie was niet aanwezig. Betrokkene erkende niet alle overlastmeldingen en uitte haar bezwaren tegen de voortzetting van de maatregel. De verpleegkundige en psychiater gaven aan dat er sprake is van een manisch psychotisch toestandsbeeld en dat verplichte zorg noodzakelijk is.
De rechtbank oordeelde dat de elektronische handtekening van de officier van justitie rechtsgeldig is en dat een vermoeden van een psychische stoornis voldoende is voor voortzetting. Er is sprake van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, waaronder maatschappelijke teloorgang, materiële schade en overlast. De gevraagde vormen van verplichte zorg, met uitzondering van het toedienen van vocht en voeding en sommige medische handelingen, zijn noodzakelijk en proportioneel.
De rechtbank wijst het verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel toe voor de duur tot en met 16 mei 2023, met de opgelegde beperkingen en zorgvormen. Het meer of anders verzochte wordt afgewezen. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: De rechtbank verleent de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel met verplichte zorg en beperkingen tot en met 16 mei 2023.