ECLI:NL:RBZWB:2023:3261
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling kostenvergoeding na ambtshalve vermindering aanslagen inkomstenbelasting 2016
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de aanslagen inkomstenbelasting/premies volksverzekeringen en de verzuimboete over 2016, die ambtshalve door de inspecteur waren opgelegd. Na ontvangst van het bezwaarschrift en de alsnog ingediende aangifte heeft de inspecteur de aanslagen en boete tot nihil verminderd en een forfaitaire kostenvergoeding toegekend.
Belanghebbende vorderde een hogere kostenvergoeding omdat hij meende dat de inspecteur onzorgvuldig had gehandeld door zonder juridische grondslag de aanslagen en boete op te leggen en hem niet tijdig te herinneren. De rechtbank oordeelde dat de inspecteur bevoegd was tot ambtshalve oplegging en niet tegen beter weten in of onzorgvuldig had gehandeld.
De rechtbank concludeerde dat geen bijzondere omstandigheden bestonden voor een hogere vergoeding dan de forfaitaire €261. De beroepen werden ongegrond verklaard, waardoor belanghebbende geen extra kostenvergoeding of griffierecht terugkrijgt.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond en bevestigt de forfaitaire kostenvergoeding van €261.