ECLI:NL:RBZWB:2023:3295

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
10 mei 2023
Publicatiedatum
15 mei 2023
Zaaknummer
10109970 CV EXPL 22-2830
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Van der Burgt
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:96 BWBesluit vergoeding buitengerechtelijke incassokosten
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betaling onbetaalde factuur en buitengerechtelijke incassokosten toegewezen aan koerier

De zaak betreft een vordering van [eiser], een koerier, tegen Dua Net B.V. wegens niet-betaalde factuur voor verleende koeriersdiensten ter hoogte van € 2.885,20. [eiser] vorderde daarnaast wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten van € 500,36. Dua Net betwistte alleen de incassokosten.

De rechtbank stelde vast dat Dua Net de factuur en rente niet had betwist en dat de buitengerechtelijke incassokosten gebaseerd zijn op het Besluit vergoeding buitengerechtelijke incassokosten. De enkele aanmaningsbrief volstaat volgens de Hoge Raad als grondslag voor de incassokosten, en het forfaitaire bedrag is passend.

Dua Net voerde aan dat vergoeding van incassokosten tot ongerechtvaardigde verrijking zou leiden, maar dit verweer werd verworpen omdat de wetgever bewust heeft gekozen voor een forfaitaire vergoeding. De rechtbank veroordeelde Dua Net tot betaling van het volledige bedrag van € 3.385,56 plus wettelijke rente en de proceskosten, waaronder het salaris van de gemachtigde.

Uitkomst: Dua Net wordt veroordeeld tot betaling van de factuur, wettelijke rente, buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Cluster I Civiele kantonzaken
Bergen op Zoom
zaak/rolnr.: 10109970 CV EXPL 22-2830
vonnis d.d. 10 mei 2023
inzake
[eiser],
wonende te [woonplaats],
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser],
gemachtigde: S. Madder van Juristu Incassodiensten B.V.,
tegen
de besloten vennootschap
Dua Net B.V.,
gevestigd te Roosendaal,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Dua Net,
gemachtigde: mr. C.G.A. Mattheussens.

1.Het verloop van het geding

1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende stukken:
- de dagvaarding van 8 september 2022 met producties;
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek.
1.2
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1
[eiser] biedt koeriersdiensten aan. Dua Net heeft met hem een overeenkomst van opdracht gesloten.
2.2
In opdracht van Dua Net heeft [eiser] meerdere koeriersdiensten uitgevoerd.
2.3
De kosten voor de uitgevoerde koeriersdiensten ter hoogte van € 2.885,20 heeft [eiser] aan Dua Net gefactureerd op 10 mei 2022. De uiterlijke betaaltermijn is verstreken op 24 mei 2022.
2.4
Op 13 juni 2022 heeft [eiser] een aanmaning naar Dua Net verzonden, waarin [eiser] de vordering heeft verhoogd met de wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten ad. 500,36 (inclusief btw). Ondanks de sommatie is Dua Net niet tot betaling overgegaan.

3.Het geschil

3.1
[eiser] vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, om tegen behoorlijk bewijs van kwijting, Dua Net te veroordelen tot:
betaling van € 2.885,20, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 24 mei 2022 tot aan de dag der algehele voldoening, althans de wettelijke handelsrente vanaf de dag der dagvaarding tot de dag der algehele voldoening;
betaling van € 500,36 aan buitengerechtelijke incassokosten, althans een door de kantonrechter in goede justitie te bepalen bedrag;
de kosten van deze procedure, inclusief het salaris van de gemachtigde;
e nakosten.
3.2
[eiser] legt aan zijn vordering ten grondslag dat Dua Net uit hoofde van de tussen partijen gesloten overeenkomst verplicht is tot betaling van de factuur genoemd onder 2.3. Dua Net is in gebreke gebleven met de betaling van het aan [eiser] verschuldigde bedrag.
3.3
Dua Net refereert zich aan het oordeel van de kantonrechter ten aanzien van de hoofdsom, de wettelijke rente en de proceskosten (inclusief nakosten). Dua Net betwist echter de verschuldigdheid van de buitengerechtelijke incassokosten. Dua Net voert daartoe het volgende aan:
Primair: [eiser] heeft de grondslag voor deze vordering niet aangevoerd;
Subsidiair: de door [eiser] en zijn gemachtigde verrichte werkzaamheden moeten worden aangemerkt als werkzaamheden ter instructie van de zaak en vallen derhalve onder het bereik van de proceskostenveroordeling. Een separate vergoeding in de vorm van buitengerechtelijke incassokosten is niet aan de orde;
Meer subsidiair: er is door [eiser] onvoldoende onderbouwd welke incassowerkzaamheden hij en zijn gemachtigde hebben verricht en in hoeverre deze werkzaamheden de hoogte van de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten rechtvaardigen.

4.De beoordeling

4.1
Dua Net heeft geen verweer gevoerd tegen de gevorderde hoofdsom en rente. Deze vordering ligt daarom voor toewijzing gereed.
4.2
[eiser] maakt aanspraak op vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. Voor zover de grondslag ten aanzien van deze vordering niet al uit de dagvaarding volgt, volgt uit de conclusie van repliek dat [eiser] zijn vordering heeft gegrond op artikel 6:96 BW Pro. De kantonrechter stelt vast dat het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is nu het verzuim na 1 juli 2012 is ingetreden.
4.3
Namens [eiser] is op 13 juni 2022 een aanmaning aan Dua Net verzonden. Deze aanmaning is door [eiser] als productie 5 bij de dagvaarding in het geding gebracht. Dua Net heeft de ontvangst van deze aanmaning niet betwist.
In het arrest van 13 juni 2014 (ECLI:NL:HR:2014:1405) heeft de Hoge Raad bepaald dat voor de verschuldigdheid van de vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten niet relevant is
welkeincassowerkzaamheden de schuldeiser heeft verricht (r.o. 3.6), zodat in beginsel een enkele brief voldoende is. Het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten komt ook overeen met het in het Besluit bepaalde forfaitaire tarief.
4.4
In haar conclusie van dupliek voert Dua Net nog aan dat toekenning van de gevorderde vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten ad. € 500,36 zou leiden tot ongerechtvaardigde verrijking van [eiser]. De door [eiser] gemaakte kosten voor het verzenden van de aanmaning zijn volgens Dua Net immers lager dan de gevorderde vergoeding. Naar het oordeel van de kantonrechter slaagt ook dit verweer niet, nu de wetgever in het Besluit heeft gekozen voor een forfaitaire vergoeding en niet voor een vergoeding van de daadwerkelijk gemaakte kosten.
4.5
Het voorgaande brengt met zich dat de vordering tot betaling van de buitengerechtelijke incassokosten ad. € 500,36 zal worden toegewezen.
4.6
Dua Net zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten, waaronder de nakosten, worden veroordeeld.
De proceskosten van [eiser] worden tot op heden vastgesteld op:
  • griffierecht € 244,00
  • explootkosten € 131,18
  • salaris gemachtigde
  • totaal € 839,18
4.7
De nakosten worden begroot op € 116,00.

5.De beslissing

De kantonrechter:
veroordeelt Dua Net om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [eiser] te betalen een bedrag van € 3.385,56 vermeerderd met de wettelijke rente over € 2.885,20 vanaf 24 mei 2022 tot aan de dag der algehele voldoening;
veroordeelt Dua Net in de kosten van dit geding, aan de zijde van [eiser] tot op heden vastgesteld op € 839,18, daarin begrepen een bedrag van € 464,00 als salaris voor de gemachtigde van [eiser];
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. Van der Burgt, en in het openbaar uitgesproken op 10 mei 2023.