ECLI:NL:RBZWB:2023:3318
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Handhaving illegale bouw tuinhuis ondanks lage prioritering gemeentelijk handhavingsbeleid
Eiser bouwde zonder omgevingsvergunning een tuinhuis in de voortuin van zijn perceel, dat tevens voor woondoeleinden wordt gebruikt. Het college van burgemeester en wethouders legde hem een last onder dwangsom op tot verwijdering van het tuinhuis en verklaarde zijn bezwaren ongegrond. Eiser voerde aan dat het handhavingsbeleid een lage prioritering kent voor dergelijke overtredingen en dat het handhavend optreden onevenredig is.
De rechtbank oordeelde dat de lage prioritering niet uitsluit dat het college handhavend mag optreden en dat het college voldoende heeft gemotiveerd waarom het in dit geval tot handhaving is overgegaan. Daarbij speelde mee dat het tuinhuis ook voor woondoeleinden wordt gebruikt, wat een gemiddelde prioritering kent, en dat het bouwwerk een wezenlijke invloed heeft op de omgeving.
De rechtbank verwierp het beroep van eiser dat het handhavend optreden onevenredig zou zijn. Het belang van eiser om het tuinhuis te behouden weegt niet zwaarder dan het algemene belang bij handhaving, waaronder rechtszekerheid, voorkomen van precedentwerking en behoud van planologische waarden. De opgelegde dwangsom is passend geacht. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het handhavingsbesluit tot verwijdering van het illegale tuinhuis wordt ongegrond verklaard.