ECLI:NL:RVS:2018:4059
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke vernietiging last onder dwangsom wegens onjuiste kwalificatie bedrijfsgebouw als bijgebouw
Het college van burgemeester en wethouders van Wijchen legde aan appellanten een last onder dwangsom op om de bewoning van de eerste verdieping van een bedrijfsgebouw te beëindigen, stellende dat dit in strijd was met het bestemmingsplan omdat het gebouw een bijgebouw zou zijn.
Appellanten stelden dat het bedrijfsgebouw een hoofdgebouw is, gelegen op een zelfstandig bouwperceel, en dat bewoning daarom is toegestaan. De rechtbank oordeelde echter dat sprake was van een overtreding en handhaving was toegestaan.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat het bedrijfsgebouw op een eigen kadastraal perceel staat, niet bouwkundig verbonden is met de woning of mantelzorgwoning, en een eigen hoofdontsluiting heeft. Hierdoor kwalificeert het als hoofdgebouw. Bewoning is volgens het bestemmingsplan toegestaan op hoofdgebouwen.
De Afdeling vernietigde daarom de last onder dwangsom en de besluiten van het college die deze handhaving bevestigden. Tevens werd geoordeeld dat het college ten onrechte meerdere keren griffierecht had geheven en werd appellanten vergoeding van proceskosten en griffierecht toegekend.
De uitspraak bevestigt het belang van een juiste kwalificatie van gebouwen in het kader van bestemmingsplannen en handhaving, en benadrukt dat het gebruik van een gebouw als woning binnen de planregels moet worden beoordeeld aan de hand van de feitelijke situatie en planregels.
Uitkomst: De last onder dwangsom en handhavingsbesluiten worden vernietigd omdat het bedrijfsgebouw een hoofdgebouw is en bewoning volgens het bestemmingsplan is toegestaan.