Uitspraak
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
5.De beslissing
spreekt verdachte vrijvan het tenlastegelegde feit.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 9 mei 2023 de zaak tegen verdachte die werd verdacht van aanranding van aangeefster in de periode november tot december 2019. De officier van justitie achtte de verklaring van aangeefster betrouwbaar en gesteund door getuigenverklaringen, terwijl de verdediging vrijspraak bepleitte vanwege het ontbreken van steunbewijs.
De rechtbank beoordeelde de betrouwbaarheid van de verklaring van aangeefster als geloofwaardig en consistent, maar stelde dat de verklaringen van de getuigen onvoldoende zelfstandig steunbewijs vormden. Getuige 1 baseerde haar verklaring op wat zij van aangeefster had gehoord en haar waarneming van een emotionele reactie enkele dagen na het incident was onvoldoende als bewijs. Getuige 2 verklaarde eveneens slechts wat hij van aangeefster had vernomen en zijn subjectieve interpretatie van een blik van verdachte kon niet als objectief bewijs dienen.
Daarom concludeerde de rechtbank dat het bewijs niet voldeed aan het bewijsminimum en sprak verdachte vrij van het tenlastegelegde feit. Het vonnis werd uitgesproken op 23 mei 2023 door de meervoudige kamer van de rechtbank.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende steunbewijs voor de verklaring van aangeefster.