ECLI:NL:RBZWB:2023:3525
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens prematuur ingebrekestelling bij niet tijdig beslissen op bezwaar Participatiewet
Eiseres had bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van haar aanvraag voor bijzondere bijstand voor eenmalige bankkosten in verband met beschermingsbewind. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Breda besloot niet tijdig op dit bezwaar, waarop eiseres het college in gebreke stelde met een ingebrekestelling.
De rechtbank beoordeelde of het beroep ontvankelijk was en stelde vast dat er een adviescommissie was ingesteld conform artikel 7:13 van Pro de Awb, waardoor de beslistermijn op bezwaar twaalf weken bedraagt. Het college had de beslistermijn rechtsgeldig met zes weken verlengd, waardoor de termijn eindigde op 5 april 2023.
Eiseres had de ingebrekestelling op 17 januari 2023 ingediend, nog voordat de beslistermijn was verstreken. Hierdoor was de ingebrekestelling prematuur en het beroep niet-ontvankelijk. De rechtbank kon het beroep daarom niet inhoudelijk beoordelen en wees ook het verzoek om vaststelling van de verbeurde dwangsom af.
De uitspraak benadrukt dat het college nog steeds verplicht is om op het bezwaar te beslissen binnen de geldende termijn. Eiseres kan tegen deze uitspraak hoger beroep instellen bij de Centrale Raad van Beroep binnen zes weken na verzending van de uitspraak.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuur ingediende ingebrekestelling.