ECLI:NL:RBZWB:2023:3531
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring bezwaar tegen DNA-afname minderjarige veroordeelde wegens openlijk geweld
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 30 maart 2023 het bezwaar van een minderjarige veroordeelde tegen het bepalen en verwerken van zijn DNA-profiel op grond van de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden. De veroordeelde, destijds 15 jaar oud, was veroordeeld voor openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen. Hij stelde dat vanwege zijn minderjarigheid, het eenmalige karakter van het incident en een laag recidiverisico het bepalen en verwerken van DNA disproportioneel en niet van betekenis zou zijn.
De officier van justitie voerde aan dat de wettelijke grondslag voor DNA-afname aanwezig is en dat de uitzondering op de Wet DNA slechts in hoge uitzonderingen geldt, waarbij het recidiverisico en de ernst van het feit worden meegewogen. De Raad voor de Kinderbescherming had het recidiverisico als laag/midden ingeschat en begeleiding door jeugdreclassering wenselijk geacht.
De rechtbank oordeelde dat het misdrijf ernstig was en dat DNA-onderzoek van belang kan zijn voor opsporing en vervolging. De minderjarigheid van de veroordeelde en de positieve ontwikkeling in de afgelopen jaren zijn onvoldoende om de uitzondering toe te passen. Ook de proportionaliteit van de inmenging in het recht op privacy volgens artikel 8 EVRM Pro werd bevestigd, waarbij de Wet DNA aan de eisen voldoet. Het bezwaar werd daarom ongegrond verklaard.
De beslissing is definitief en niet vatbaar voor rechtsmiddelen.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het bepalen en verwerken van het DNA-profiel van de minderjarige veroordeelde wordt ongegrond verklaard.