Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
de gemeenschappelijke regeling Regionale Ambulance Voorziening Brabant Midden-West-Noord,
1.Het procesverloop
3.Het feiten
“(…)[verweerster] je bent zeker gedreven enthousiast en leergiering.Maar wat we ook zien is dat je moeite hebt met hoofd en bijzaken te scheiden. Daardoor herken je ondanks je denkende leerstijl de rode draad vaak niet. (…)(…)”- Bij e-mail van 1 november 2022 heeft mevrouw [groepsdocent] (hierna: [groepsdocent] ), die groepsdocent is, aan de teammanager, zijnde de heer [teammanager] (hierna: [teammanager] ), onder meer de volgende feed-back van [praktijkbegeleider] (hierna: [praktijkbegeleider] ), die praktijkbegeleider is, medegedeeld:
“(…)Hierbij een uiteenzetting van mijn gesprekje vanmiddag met [verweerster] :(…)Verder hebben we gesproken over de discrepantie tussen e-learning en praktijk. Met name de ABCDE methodiek vind ze erg lastig omdat er in de praktijk iets anders van haar verwacht wordt dan in theorie beschreven staat.(…)”
4.Het verzoek en het verweer
5.De beoordeling
h-grond ten grondslag en stelt dat de arbeidsovereenkomst inhoudsloos is geworden door beëindiging van de opleiding.
“er de komende maanden meer duidelijkheid moet ontstaan of [verweerster] het gewenste gedrag laat zien en beter meebeweegt in de groep”.Die periode van twee maanden heeft RAV vervolgens niet afgewacht maar al binnen 2 weken gezegd dat [verweerster] zou moeten stoppen. Het kan zo zijn dat [verweerster] moeite had met het omzetten van theorie in de praktijk in de bijzondere functie van ambulanceverpleegkundige, maar dat is onvoldoende om te concluderen dat [verweerster] daar na het verdere verloop van de opleiding niet toe in staat zou zijn.