ECLI:NL:RBZWB:2023:3607
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek ambtshalve vermindering aanslag inkomstenbelasting 2012 wegens termijnoverschrijding
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) 2012 en een bijbehorende belastingrentebeschikking. De inspecteur wees het verzoek om ambtshalve vermindering af omdat het verzoek te laat was ingediend, na het verstrijken van de wettelijke vijfjaarstermijn.
De rechtbank oordeelt dat het verzoek van belanghebbende op 23 januari 2019 te laat is ingediend, aangezien de vijfjaarstermijn eindigde op 31 december 2017. Belanghebbende voerde aan dat hij eerder contact had gehad met de Belastingdienst en stukken had ingediend, maar kon dit niet aannemelijk maken tegenover de betwisting van de inspecteur.
Belanghebbende stelde dat persoonlijke omstandigheden zoals de zorg voor zijn vader, het overlijden daarvan, het wegvallen van inkomen en zijn ziekte hem belemmerden tijdig te reageren. De rechtbank erkent deze omstandigheden maar acht ze onvoldoende om de termijnoverschrijding als verschoonbaar te beschouwen.
De rechtbank komt daarom niet toe aan een inhoudelijke beoordeling van het verzoek om ambtshalve vermindering. Ten overvloede merkt zij op dat belanghebbende geen bewijsstukken heeft overgelegd ter onderbouwing van zijn aanspraak op aftrek van specifieke zorgkosten. Het beroep wordt ongegrond verklaard en belanghebbende krijgt het griffierecht niet terug.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard vanwege overschrijding van de vijfjaarstermijn en onvoldoende verschoonbaarheid.