Belanghebbende maakte bezwaar tegen naheffingsaanslagen omzetbelasting over 2015 tot en met het eerste kwartaal 2017. De rechtbank beoordeelde of de uitspraken op bezwaar bevoegd waren genomen, waarbij werd vastgesteld dat dezelfde functionaris namens de inspecteur zowel het primaire besluit als de uitspraken op bezwaar nam.
Dit is in strijd met artikel 10:3, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht, dat vereist dat de bezwaarprocedure door een andere functionaris dan die van het primaire besluit wordt behandeld. Hierdoor zijn de uitspraken op bezwaar onbevoegd genomen.
De rechtbank besloot dat dit gebrek zich leent voor herstel en gaf de inspecteur een termijn van twaalf weken om het gebrek te herstellen via de bestuurlijke lus, waarna belanghebbende de gelegenheid krijgt te reageren. Verder werd iedere beslissing aangehouden tot de einduitspraak.
Belanghebbende was wegens medische redenen niet verschenen bij de zitting, maar de rechtbank wees erop dat verder uitstel niet zal worden verleend en dat belanghebbende zich eventueel door een gemachtigde kan laten bijstaan of de zaak op schriftelijke stukken kan laten afdoen.
De uitspraak is een tussenuitspraak en hoger beroep is alleen mogelijk gelijktijdig met het hoger beroep tegen de einduitspraak.