ECLI:NL:RBZWB:2023:3643
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenvergoeding toegekend na intrekking beroep parkeerbelasting
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd door de heffingsambtenaar van de gemeente Tilburg. Na bezwaar werd het bezwaar gegrond verklaard en een kostenvergoeding toegekend. Belanghebbende stelde beroep in tegen de hoogte van de kostenvergoeding, maar trok het beroep in nadat de heffingsambtenaar alsnog tegemoetkwam.
Belanghebbende verzocht vervolgens om proceskostenvergoeding en wettelijke rente. De heffingsambtenaar wees dit af met verwijzing naar een eerdere uitspraak van een andere rechtbank. De rechtbank oordeelde dat de heffingsambtenaar wel proceskosten moest vergoeden omdat aan het beroep was tegemoetgekomen en het beroep was ingetrokken.
De rechtbank kende een proceskostenvergoeding toe van €209,25, gebaseerd op een puntentelling en een wegingsfactor van 0,25 vanwege de geringe complexiteit. Tevens werd de wettelijke rente toegekend indien betaling niet binnen vier weken na uitspraak plaatsvindt. Het griffierecht van €50,- dient ook door de heffingsambtenaar te worden vergoed.
Uitkomst: De heffingsambtenaar is veroordeeld tot betaling van €209,25 proceskosten en wettelijke rente bij niet-tijdige betaling.