ECLI:NL:RBZWB:2023:3645
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond tegen niet-ontvankelijkverklaring bezwaar naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting, maar de inspecteur verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van gronden. Belanghebbende stelde beroep in bij de rechtbank. De inspecteur voerde aan dat het beroep niet-ontvankelijk moest worden verklaard vanwege twijfel over de machtiging van de gemachtigde.
De rechtbank oordeelde dat de handtekeningen voldoende overeenkomen en het beroep ontvankelijk is. Verder stelde de rechtbank vast dat het bezwaar wel degelijk gronden bevatte, waaronder verwijzing naar een taxatierapport en verschil van mening over de feiten, zodat de niet-ontvankelijkverklaring onterecht was.
De rechtbank verklaarde het beroep kennelijk gegrond en vernietigde de uitspraak op bezwaar. De zaak werd terugverwezen naar de inspecteur voor een nieuwe beslissing met inachtneming van de uitspraak. Tevens werd proceskostenvergoeding toegekend en bepaald dat wettelijke rente verschuldigd is indien betaling niet tijdig plaatsvindt.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar vernietigd en de zaak terugverwezen naar de inspecteur.