ECLI:NL:RBZWB:2023:3649
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging niet-ontvankelijkverklaring bezwaar naheffingsaanslag parkeerbelasting wegens procedurefout
Belanghebbende stelde bezwaar in tegen een naheffingsaanslag parkeerbelasting, maar dit bezwaar werd door de heffingsambtenaar niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn. De heffingsambtenaar vernietigde de aanslag ambtshalve en beriep zich op artikel 6:22 Awb Pro om de procedurefout te rechtvaardigen.
De rechtbank oordeelt dat de heffingsambtenaar ten onrechte het bezwaar niet-ontvankelijk heeft verklaard zonder belanghebbende eerst in de gelegenheid te stellen zich uit te laten over de verschoonbaarheid van de termijnoverschrijding, zoals vereist volgens het arrest van de Hoge Raad van 18 oktober 2019.
Omdat het bezwaar onterecht niet-ontvankelijk is verklaard, verklaart de rechtbank het beroep gegrond, vernietigt de uitspraak op bezwaar en wijst de zaak terug aan de heffingsambtenaar voor een nieuwe beslissing met inachtneming van deze uitspraak.
Verder veroordeelt de rechtbank de heffingsambtenaar tot vergoeding van proceskosten van €418,50 en tot vergoeding van het betaalde griffierecht van €50 aan belanghebbende.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt de niet-ontvankelijkverklaring en wijst de zaak terug voor een nieuwe beslissing.