ECLI:NL:RBZWB:2023:3800
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet-ontvankelijk verklaring verzoek teruggaaf omzetbelasting
Belanghebbende, ondernemer handelend onder de naam [bedrijf 1], verzocht om teruggaaf van omzetbelasting over het eerste kwartaal van 2017. De inspecteur verklaarde dit verzoek niet-ontvankelijk omdat het niet binnen de wettelijke termijn van zes weken was ingediend. Belanghebbende maakte bezwaar tegen een naheffingsaanslag, maar stelde geen beroep in tegen de uitspraak op bezwaar.
De rechtbank behandelde het beroep op 14 maart 2023, waarbij belanghebbende niet aanwezig was. De rechtbank oordeelde dat het verzoek om teruggaaf niet tijdig was ingediend en dat daardoor geen inhoudelijke beoordeling van het recht op teruggaaf mogelijk was. Tevens werd overwogen dat de rechtbank niet bevoegd was om te oordelen over de ambtshalve beslissing van de inspecteur op grond van artikel 65 AWR Pro.
Daarnaast wees de rechtbank het verzoek om immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn af, omdat de procedure binnen de redelijke termijn was afgerond. Het beroep werd derhalve ongegrond verklaard en belanghebbende kreeg geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat het verzoek om teruggaaf omzetbelasting niet tijdig is ingediend en er geen recht is op immateriële schadevergoeding.