ECLI:NL:HR:2011:BP3053
Hoge Raad
- Cassatie
- C. Schaap
- J.W.M. Tijnagel
- A.H.T. Heisterkamp
- M.W.C. Feteris
- R.J. Koopman
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad beslist over vergoeding heffingsrente bij vermindering voorlopige vennootschapsbelastingaanslagen 2006
Belanghebbende kreeg voor het jaar 2006 twee voorlopige aanslagen vennootschapsbelasting opgelegd, waarvan de eerste (aanslag 001) ambtshalve werd verminderd en de tweede (aanslag 002) werd opgelegd nadat de Inspecteur de eerste vermindering betwistte. De aanslagen en de daarbij behorende rentevergoedingen en heffingsrente waren onderwerp van bezwaar en beroep bij de Rechtbank en het Hof.
De Rechtbank verklaarde de beroepen niet-ontvankelijk, maar het Hof vernietigde deze uitspraak deels en kende belanghebbende een vergoeding van heffingsrente toe. Het Hof oordeelde dat de Inspecteur bij een juiste belangenafweging de verminderingen van de voorlopige aanslagen had moeten effectueren door het opleggen van nadere voorlopige aanslagen tot een negatief bedrag, waardoor het rentenadeel van belanghebbende gecompenseerd zou zijn.
De Minister en belanghebbende stelden cassatieberoep in tegen het Hofarrest. De Hoge Raad oordeelde dat het Hof onterecht het beroep niet-ontvankelijk had verklaard en dat het Hof een te hoge vergoeding van heffingsrente had toegekend, omdat ook rente over de periode na afloop van het belastingtijdvak was vergoed. De Hoge Raad vernietigde de uitspraken van Hof en Rechtbank en de beschikking van de Inspecteur en kende belanghebbende een vergoeding van €1.555.990 toe, bestaande uit het rentenadeel over de periode van 1 juli tot en met 31 december 2006.
Daarnaast veroordeelde de Hoge Raad de Staatssecretaris van Financiën in de proceskosten van het cassatiegeding. De zaak werd afgedaan zonder verwijzing naar een lagere rechter, waarbij de Hoge Raad de belangen van belanghebbende beschermde tegen een onjuiste toepassing van de regels omtrent heffingsrente bij voorlopige aanslagen.
Uitkomst: De Hoge Raad kent belanghebbende een vergoeding van €1.555.990 aan heffingsrente toe en vernietigt eerdere uitspraken en besluiten.