Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van 2 juni 2023 van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tilburg, verweerder.
A&C Vastgoed B.V., te Moergestel,
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Verzoekers hebben beroep ingesteld tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Tilburg om niet handhavend op te treden tegen de bewoning van een pand door arbeidsmigranten. Eerder oordeelde de rechtbank dat het standpunt van het college om niet op te treden niet houdbaar was. Het college heeft daarop opnieuw besloten geen handhavingsmaatregelen te treffen, met als motief dat handhaving onevenredig zou zijn en mogelijk indirect discriminerend.
Verzoekers vroegen de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen, zodat het college binnen korte termijn een nieuwe beslissing zou nemen en handhavend zou optreden. De voorzieningenrechter overwoog dat een voorlopige voorziening alleen kan worden getroffen bij onverwijlde spoed en dat het verzoek niet gericht mag zijn op bespoediging van de bodemprocedure.
De voorzieningenrechter stelde vast dat ondanks de lange voorgeschiedenis geen zelfstandige spoedeisendheid aanwezig was die een voorlopige maatregel rechtvaardigt. Bovendien zou het opleggen van een handhavingsmaatregel via een voorlopige voorziening de rechtsbescherming van de derde partij, de eigenaresse van de woning, doorkruisen.
Daarom wees de voorzieningenrechter het verzoek af en bevestigde dat de beoordeling van het collegebesluit in de bodemprocedure moet plaatsvinden.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het handhavingsbesluit is afgewezen wegens het ontbreken van onverwijlde spoed.