ECLI:NL:RBZWB:2023:3852
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen disciplinaire maatregel inhouding verlof wegens plichtsverzuim aspirant-politiemedewerker
Eiser, een aspirant bij de politie, werd meerdere malen aangesproken op zijn gedrag tijdens zijn opleiding, waaronder het besturen van dienstvoertuigen zonder de vereiste rijopleiding en deelname aan noodhulpdiensten, wat niet was toegestaan. Na diverse gesprekken en waarschuwingen legde de korpschef hem een disciplinaire maatregel op tot inhouding van 24 verlofuren wegens ernstig plichtsverzuim.
Eiser maakte bezwaar tegen deze maatregel, waarbij de bezwaaradviescommissie het bezwaar gegrond verklaarde en het besluit heroverwoog. De korpschef handhaafde echter de maatregel. De rechtbank beoordeelde het beroep en concludeerde dat de gedragingen van eiser daadwerkelijk hadden plaatsgevonden en plichtsverzuim opleverden. De overtredingen waren herhaald en ondanks waarschuwingen bleef eiser de regels overtreden.
De rechtbank oordeelde dat de korpschef bevoegd was de disciplinaire maatregel op te leggen en dat de inhouding van 24 verlofuren gezien de ernst en aard van het plichtsverzuim niet disproportioneel was. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het besluit bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de inhouding van 24 verlofuren wegens plichtsverzuim wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.