Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.1. [naam eiser 1] , uit [plaatsnaam 1] , eiser sub 1 in zaak BRE 22/2004,
2.[naam eiseres] , uit [plaatsnaam 2] , eiseres sub 2 in zaak BRE 22/2007,
3.[naam eiser 2] , uit [plaatsnaam 2] , eiser sub 3 in zaak BRE 22/2693,
- verklaart de beroepen van eisers sub 1 en 2 gegrond;
- vernietigt de bestreden besluiten 1 en 2;
- verklaart het bezwaar van eiser sub 3 tegen de afwijzing van zijn handhavingsverzoek ongegrond en laat het primaire besluit van 7 juli 2021 in stand, met verbetering van de motivering;
- bepaalt dat deze uitspraak in plaats treedt van de vernietigde bestreden besluiten;
- draagt het college op het betaalde griffierecht van € 184,- aan eiser sub 1 te vergoeden;
- draagt het college op het betaalde griffierecht van € 184,- aan eiseres sub 2 te vergoeden;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser sub 1 tot een bedrag van