ECLI:NL:RVS:2023:847
Raad van State
- Hoger beroep
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke afwijzing handhavingsverzoek brugbouw in Uithoorn bevestigd
Appellant verzocht het college van burgemeester en wethouders van Uithoorn om handhavend op te treden tegen het bouwen en verzwaren van een brug op een nabijgelegen perceel. Het college wees dit verzoek af omdat het betrof onderhoud aan een bestaande brug waarvoor geen omgevingsvergunning vereist was. Appellant woonde op circa 230 meter afstand en had geen zicht op de brug.
Het college verklaarde het bezwaar van appellant niet-ontvankelijk omdat hij geen belanghebbende was, een standpunt dat door de rechtbank werd bevestigd. Appellant stelde dat hij wel belanghebbende was vanwege mogelijke gevolgen voor nutsvoorzieningen, verkeersdruk en waterdoorstroming, maar kon deze gevolgen niet aannemelijk maken.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat appellant onvoldoende concreet en actueel belang had dat rechtstreeks door het besluit werd geraakt. Ook de vermeende schending van de hoorplicht faalde omdat vooraf geen twijfel bestond over de uitkomst. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.