ECLI:NL:RBZWB:2023:3966
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen beëindiging IOAW-uitkering wegens verblijf in het buitenland niet-ontvankelijk verklaard
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Breda om zijn IOAW-uitkering per 30 oktober 2019 te beëindigen vanwege zijn verblijf in het buitenland. Het college had eiser uitgenodigd voor een gesprek, waarop eiser telefonisch meldde in het buitenland te zijn. Het college bevestigde dit en besloot de uitkering stop te zetten. Eiser maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard omdat hij niet kon aantonen dat zijn verblijf tijdelijk was.
De rechtbank beoordeelt of het college terecht heeft besloten de uitkering te beëindigen voor de periode van 30 oktober tot en met 12 november 2019. Eiser verklaarde in een aanvullend beroepschrift dat hij over de periode van 10 oktober tot en met 20 december 2019 geen recht op uitkering heeft, waardoor de rechtbank twijfelt aan het procesbelang van het beroep.
Eiser verscheen niet op de zitting en reageerde niet op pogingen tot contact. De rechtbank concludeert dat eiser geen voldoende procesbelang heeft bij de beoordeling van het beroep en verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang.