Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 juni 2023 in de zaak tussen
[naam eiser], uit [plaatsnaam], eiser
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Feiten
Beroepsgronden
Overwegingen van de rechtbank
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Eiser diende een aanvraag in voor bijzondere bijstand op grond van de Tijdelijke ondersteuning noodzakelijke kosten (TONK), welke door het college van burgemeester en wethouders van Gilze en Rijen werd afgewezen. Het college stelde dat de inkomensachteruitgang van eiser niet het gevolg was van de coronacrisis, ondanks dat de terugval meer dan 40% bedroeg. Eiser voerde aan dat de coronamaatregelen wel degelijk de oorzaak waren, omdat hij zijn bedrijf moest beëindigen en daarnaast de pgb-inkomsten wegvielen.
De rechtbank oordeelde dat het college onvoldoende had gemotiveerd waarom het beroep op de hardheidsclausule werd afgewezen, hetgeen strijdig is met het motiveringsbeginsel. Hoewel het college ter zitting alsnog een motivering gaf, vond de rechtbank dat er geen zeer dringende redenen waren voor toepassing van deze clausule. De rechtbank verklaarde het beroep daarom gegrond en vernietigde het besluit gedeeltelijk, maar liet de rechtsgevolgen van het vernietigde gedeelte in stand.
Daarnaast kreeg eiser het griffierecht en proceskosten vergoed, waarbij het UWV werd veroordeeld tot betaling van €1.674,- aan proceskosten. De uitspraak werd gedaan door rechter M. Snoeks op 9 juni 2023 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit gedeeltelijk vernietigd wegens strijd met het motiveringsbeginsel, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.